
Projectlooptijd
AgroHeat
Precisietechniek voor warmte- en
UV-schimmelbestrijding in open teelten
KI-generiert
Projectinformatie
Begrote projectkosten
3.032.829,10 €
Projectlooptijd
14.09.2026
- 30.09.2029
Focusthema
Agro & Food
Lead Partner
DNL-contact
De uitdaging
Waarom zijn nieuwe aanpakken belangrijk?
In de open groenteteelt behoren schimmelziekten zoals valse meeldauw bij uien en peterselie tot de grootste risico’s. Tegelijkertijd wordt het voor telers steeds moeilijker om deze ziekten effectief te bestrijden: toegelaten middelen vallen weg, de regelgeving wordt strenger en veel schimmels ontwikkelen resistentie.
Als de bestrijding mislukt, kan afhankelijk van prijs, opbrengst en kwaliteit schade ontstaan van circa €1.500 tot €5.000 per hectare. Daarom heeft de landbouw behoefte aan nieuwe, effectieve aanpakken die opbrengst en kwaliteit veiligstellen.
Het doel
Wat willen we bereiken met AgroHeat?
AgroHeat ontwikkelt een machine
die schimmelziekten bestrijdt met warmte en UV-licht, zonder dat er extra chemische stoffen aan het
gewas hoeven te worden toegediend. Tijdens de projectduur worden prototypes voor uien, bieslook en peterselie getest op praktijkpercelen.
Daarmee legt het project de basis voor de latere toepassing in de praktijk. Op de lange termijn moet de techniek telers een betrouwbaar alternatief bieden en de behoefte aan chemische gewasbeschermingsmiddelen verminderen.
De aanpak
Wat is het innovatieve aan AgroHeat?
Het gerichte gebruik van warmte tegen schimmelziekten is in principe niet nieuw. Tot nu toe worden warmte- en desinfectietechnieken echter vooral toegepast in gesloten omgevingen, zoals kassen en opslag-systemen. Een mobiele, precieze warmtebehandeling direct op het veld is, voor zover de projectpartners weten, nog niet gerealiseerd. Precies daar zet AgroHeat op in: het project past het bekende werkingsprincipe toe in open teelten en combineert dit met moderne precisie- en UV-technologie.
Wetenschappelijke inzichten laten al zien dat bepaalde schimmelver-wekkers door gerichte warmte kunnen worden geïnactiveerd. Zo kunnen temperaturen van ongeveer 40-42 °C onder bepaalde omstandigheden de veroorzaker van valse meeldauw bij plantuien doden. Nu komt het erop aan deze inzichten om te zetten in een inzetbare techniek en daarvoor de biologische werkingsmechanismen en technische eisen te onderzoeken.
Nederlands-Duitse samenwerking
Waarom werken we grensoverschrijdend
samen?
De grensregio is een aaneengesloten teeltgebied, waarin bedrijven aan beide zijden van de grens met ver-gelijkbare uitdagingen te maken hebben. Toelatingen, gebruiksvoor-schriften en voorwaarden voor chemische gewasbeschermings-middelen verschillen echter tussen Nederland en Duitsland. Juist daarom zijn er niet-chemische oplossingen nodig die in beide landen inzetbaar zijn. Omdat ook handel, contractteelt en verwerking grensoverschrijdend georganiseerd zijn, schiet een puur nationale oplossing tekort.
De partners vullen elkaar daarbij aan: Nederland brengt ervaring in monitoring en drempelwaarden-management in, Duitsland kennis van machinebouw en van warmte-, energie- en sensor-techniek. Praktijk-bedrijven en proef-locaties aan beide zijden van de grens maken testen onder uiteenlopende teeltomstandig-heden mogelijk. Zo wordt AgroHeat vanaf het begin in beide landen getest.
De doelgroep
Wie profiteert van AgroHeat?
AgroHeat richt zich in de eerste plaats op telers en loonwerkers in de open groenteteelt en akkerbouw, zowel conventioneel als biologisch. Daarnaast profiteren technische bedrijven en toeleveranciers, onderzoeks- en kennisinstellingen, ketenpartijen en beleidsmakers.
Project Time-Line
Inkijk in het projectverloop
Kick-Off Meeting
Op 28 september 2026 kwamen alle projectpartners voor het eerst samen bij DNL-contact. Centraal stonden het kennismaken en de afstemming van de werkpakketten voor de komende vier jaar. Daarmee is de basis gelegd voor de grensoverschrijdende samenwerking.
Met steun van
Het project AgroHeat wordt uitgevoerd in het kader van het Interreg VI-programma Duitsland-Nederland en medegefinancierd door de Europese Unie, de provincies Overijssel, Flevoland en Groningen, het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, het Ministerium für Wirtschaft, Industrie, Klimaschutz
und Energie des Landes Nordrhein-Westfalen en de Niedersächsische Staatskanzlei.















